Sinds 1 januari is de gemeente voluit verantwoordelijk voor jeugdzorg, zorg voor ouderen en langdurig zieken en voor werk en inkomen. De gemeente moet dit met minder geld doen. Dat betekent echter niet dat de zorg erop achteruit mag gaan. Sterker nog: die zorg mag best beter. Dat is ook precies de reden dat de gemeente verantwoordelijk is geworden voor deze taken: “Gemeenten zitten het dichtst bij de inwoners en kunnen deze zorg effectiever, met minder bureaucratie en goedkoper leveren”, schrijft staatssecretaris Van Rijn. Beter voor minder geld dus. Maar is dit ook mogelijk? Niet als de gemeente alleen maar inzet op minder.
Om goed in kaart te brengen welke zorg iemand nodig heeft, worden zogeheten keukentafelgesprekken gevoerd. Een gemoedelijk idee. Kopje koffie erbij en dan eens kijken wat er nodig is. Maar dat is niet precies wat onze gemeente van plan is, als we afgaan op wat wethouder Leijendekkers in het blaadje Zorg en Welzijn laat optekenen. Daar zegt ze: “De achterliggende idee is toch bezuinigen en dat kan best pittige gesprekken opleveren”. Nee, mevrouw de wethouder, de achterliggende idee is niet bezuinigen. De achterliggende idee is dat zorg op menselijke maat wordt gegeven, zorg die is afgestemd op wat iemand echt nodig heeft, zorg die uitgaat van wat iemand nog kan en niet wat iemand niet meer kan. Dat betekent de ene keer dat er minder zorg nodig is, de andere keer dat er andere zorg nodig is en soms dat er meer zorg nodig is. Daar moet ruimte voor zijn. Door mensen sneller, efficiënter en met minder rompslomp te helpen, kan het ook nog eens goedkoper. De taak van de wethouder is het, om te zorgen dat er efficiënter gewerkt wordt, met minder bureaucratie. Haar taak is niet om van het keukentafelgesprek een met-het-mes-op-tafelgesprek te maken.